Tips voor clubschakers

ALGEMEEN

Wat is het geheim om een betere schaker te worden?

Een echt geheim is er niet. Zoals alles in het leven, is de enige manier om ergens heel goed in te worden, er heel erg veel mee bezig te zijn.

Als je elke zaterdag je partijen afwerkt, zal je automatisch ervaring opbouwen en zullen je schaakvaardigheden stelselmatig verbeteren. Als je grotere progressie wil maken, moet je daar intensiever op werken. Een shortcut bestaat niet.

Wat is de beste vorm van training?

Je leert het meest door (serieuze) partijen spelen en om – minstens even belangrijk – de partij achteraf te herbekijken en te analyseren. De verloren partijen zijn op dat vlak veruit het interessantst. Gooi je notatieformulier niet weg, maar speel de partij achteraf nog eens na. Tracht te achterhalen of je de stelling juist getaxeerd hebt en welke kritieke zetten je hebt gemist.

Hoe weet ik waar ik fouten maak en waar het beter kan?

Eerst en vooral raad ik aan om samen met de tegenstander de partij nog eens na te spelen. Het is zeker leerrijk om te weten wat de ander over de partij dacht en hoe hij de positie op de sleutelmomenten in de partij evalueerde. Bovendien is het ook een leuke sociale afsluiter van de schaaknamiddag.

Om de tactische fouten uit je spel te halen, kan je de partij thuis in de computer ingeven. De computer kan de goede zet aangeven, maar kan niet in mensentaal uitleggen waarom een zet goed of slecht is, waarom wit of zwart beter staat, hoe je een plan kunt maken in een bepaalde stelling, etc. De beste manier om dit te leren, is door je partij te tonen aan een sterkere schaker en hem zijn mening te vragen.

Op welke facetten van het schaakspel kan ik thuis oefenen?

In volgorde van belangrijkheid kan je het oefenmateriaal onderverdelen als volgt:

  1. Tactiek
  2. Het eindspel
  3. Positiespel
  4. De opening

Het heeft geen zin om op één facet te focussen, als je de andere veronachtzaamt. Wat is een superieure openingsbehandeling waard, als je die niet kan verzilveren bij gebrek aan tactische slagvaardigheid?

DE OPENING

Moet ik openingen studeren om een betere schaker te worden?

De opening is een onderdeel van het schaken, net als het middenspel en het eindspel.

Om een goede schaker te worden, moet je wel ergens een idee hebben hoe je de partij begint en hoe je je stelling opbouwt. Dat betekent echter niet dat je openingstheorie uit het hoofd moet blokken. Door gewoon de logische principes toe te passen, geraak je al een heel eind ver.

Hoe belangrijk is de opening in het schaakspel?

Veel minder dan je denkt. Het is meegenomen als je beter staat na de opening, maar je mag een openingsvoordeel zeker niet overschatten. In de meeste gevallen begint de strijd pas echt na de opening.

Tussen evenwaardige spelers wordt de partij zelden in de opening beslist. In het clubkampioenschap zie ik praktisch nooit iemand uitsluitend door openingskennis een partij winnen.

Heeft het voor de doorsnee clubspeler zin om openingen te studeren?

Als je dat graag doet, heeft het altijd zin om op één of andere manier met schaken bezig te zijn. Als je echt vooruitgang wil boeken, denk ik wel dat je beter op tactiek of op eindspel oefenen dan op de opening. Op clubniveau is de opening zelden resultaatbepalend, terwijl tactiek of eindspelkennis dat wel is.

Hoeveel zetten moet ik van buiten kennen om een opening te beheersen?

Het heeft weinig zin om (ellenlange) zettenreeksen uit het hoofd te leren. Het gaat erom om de strategische concepten achter een opening te leren begrijpen en veel voorkomende tactische motieven in te oefenen.

Je moet je thuis voelen in een bepaald type positie om te weten wat de sterktes en zwaktes zijn van de stelling en welke plannen er werken in het middenspel. Ervaring is hier het sleutelwoord.

Is het een goed idee om elke keer een andere opening te spelen?

Als je vooruitgang wil boeken in je spel, kies je beter voor een vast openingsrepertoire. Om ervaring op te bouwen in een openingssysteem, moet je het veel spelen.

Het is een slechte reflex om na een verloren partij van opening te veranderen. Beter is te kijken waar het fout liep, zodat je niet meer dezelfde fouten maakt in diezelfde opening. Je eigen verliespartijen zijn de allerbeste schaaklessen.

Hoe leer je een opening?

Je kan je een boek of DVD aanschaffen over een bepaalde opening waarop een grootmeester uitleg geeft over de ideeën en de meest voorkomende varianten, maar dit is geen wondermiddel. Om de finesses van een opening te snappen, is het vooral van belang om er veel partijen mee te spelen en de sleutelposities grondig te bestuderen om je ervan te vergewissen waarom deze of gene zet goed of slecht is.

Een goede manier om openingen onder de knie te krijgen is proefondervindelijk. Als je na elke partij grondig bekijkt hoe de opening gelopen is en hoe je de volgende keer beter kan doen, zal je na verloop van tijd een stevig en praktijkgericht openingsrepertoire opbouwen.

Hoe kan ik mij voorbereiden op een specifieke opening?

Het gemakkelijkste en het meest efficiënte is om in een schaakdatabank enkele grootmeesterpartijen op te zoeken die opening met diezelfde zetten beginnen en daaruit een systeem te kiezen dat je bevalt.

Kijk daarbij altijd verder dan de eerste 10 zetten en tracht te begrijpen hoe de partij zich verder ontwikkelt in het middenspel. Het heeft geen enkele zin om openingszetten of -varianten te memoriseren als je de achterliggende bedoeling niet begrijpt en als je geen idee hebt hoe je verder een plan kunt maken in het middenspel.

Welke opening raad je me aan?

Voor de beginnende schaker raad ik aan om openingen te kiezen die niet te complex zijn en gefundeerd op logische en rechtlijnige principes. De Italiaanse opening is hier een schoolvoorbeeld van: je positioneert een pion in het centrum, brengt je lichten stukken uit en rokeert. Eenvoudiger kan openingsstrategie niet zijn.

Naarmate je meer en meer ervaring krijgt in het schaken, zul je een eigen stijl ontwikkelen en zal je rijp worden voor meer complexe openingssystemen. Dan komt het erop aan om varianten te kiezen die aansluiten bij jouw stijl.

Hoe weet ik welke stijl ikzelf heb en hoe kan ik daar op inspelen?

Een goede manier om je eigen stijl beter te leren kennen is om na afloop van het schaakseizoen van alle partijen die je gespeeld hebt de stelling na circa 15 zetten op het bord te zetten en je af te vragen of je je comfortabel voelde in deze positie en of je gemakkelijk een plan gevonden hebt.

Als je daaruit enkele type posities kunt identificeren waarin je je goed voelt en enkele type posities die je niet graag speelde, kan je op zoek naar openingssystemen die tot dat soort stellingen leiden. Vraag gerust raad aan een meer ervaren schaker om een openingssysteem te helpen kiezen dat bij je stijl past.

Hoe zie ik of een stelling bij mijn stijl past?

De aard van de stelling zie je meestal aan de pionnenstructuur. Pionnen zijn relatief statische elementen: eens opgespeeld, kunnen ze niet meer terugkeren. Bv. als wit een pionnenmeerderheid heeft op de ene vleugel en zwart op de andere vleugel, is dat een dynamisch element in de positie. Het stukkenspel speelt zich af rond de pionnen. De wijze waarop de pionnenformaties gevormd worden vanuit de opening, is dan ook bepalend voor het verdere spelverloop.

Je hebt een heel scala aan mogelijke pionstructuren, gaande van volledig gesloten structuren (zonder open lijnen en weinig ruimte voor stukkenspel) tot heel open posities (met veel open lijnen). De pionnenstructuur kan symmetrisch of asymmetrische opgebouwd zijn. Over het algemeen vragen gesloten pionnenstructuren geleidelijke manoeuvres en lenen open posities zich beter tot wederzijds aanvalsspel.

TACTIEK

Hoe is het mogelijk dat een sterkere schaker zoveel meer ziet?

Hoe sterker een schaker, hoe minder hij hoeft uit te rekenen. Schaken draait in belangrijke mate rond patroonherkenning. Een ervaren schaker kan een bepaald tactisch motief in een oogopslag zien, terwijl een minder ervaren schaker zal veel meer zetten zal moeten bekijken en tegen elkaar afwegen.

Hoe leer ik tactische motieven sneller herkennen in mijn partijen?

Op tactiek kan je heel goed oefenen door tactische puzzels op te lossen. Op die manier train je ook je denkproces.

Op internet vind je honderden sites waar je (gratis of betalend) kan oefenen op tactiek van alle niveaus, bv. https://www.chess.com/tactics/ of https://tactics.chessbase.com/ Er zijn ook talloze apps met (gratis) tactische puzzels om op je smartphone te installeren. Mij favoriet is CT ART.

Als je dagelijks 15 minuutjes tactische puzzels oplost, zal je speelsterkte pijlsnel omhoog gaan. Voor de doorsnee clubschaker (pakweg iedereen onder de 2100 elolpunten) is het oplossen van tactische puzzels de beste manier om vooruitgang te boeken.

STRATEGIE

Wat versta je onder strategie?

Strategie draait om het maken van een plan op langere termijn (zonder direct stukkengewin). Een goede schaker moet sterke velden kunnen benutten, moet verzwakkingen uitlokken bij de tegenstander en moet zijn positie beetje bij beetje kunnen verbeteren. Positiespel is deels intuïtie en deels kennis van een aantal concepten, bv. goede loper versus slechte loper, de blokkade, spel op de open lijnen, etc.

Hoe leer ik de strategische concepten kennen?

Naast de analyse van de eigen partijen (cf. hiervoor), kan je dit het beste leren door grootmeesterpartijen na te spelen. Er zijn legio boeken met partijcollecties. Zelf heb ik een zwak voor het tornooiboek “Zurich 1953” van David Bronstein. Dit bevat een schat aan prachtige partijen, voorzien van deskundige en bijzonder leerrijke commentaar van de vice-wereldkampioen hemzelve. Als je nu en dan eens grondig je tijd neemt om een grootmeesterpartij na te spelen en de achterliggende ideeën te doorgronden, zal je daar op termijn de vruchten van plukken in je eigen partijen. Kwaliteit is beter dan kwantiteit. Beter één partij of zelfs maar een deel van een partij grondig bestuderen, dan honderd partijen na te spelen zonder erbij na te denken.

Je hoeft echter niet noodzakelijk een boek te kopen om partijen na te spelen. Je kan ook online partijen opzoeken of filmpjes bekijken waarin grootmeesters partijen becommentariëren. Het internet is op dat vlak onuitputtelijk, al zit er soms nogal wat “brol” bij. Persoonlijk vind ik het Youtube-kanaal van Daniel King erg goed. (https://www.youtube.com/user/PowerPlayChess/).

Zijn er goede leerboeken over strategie?

Zelf heb ik destijds de beginselen van positiespel geleerd uit het boek “Mijn Systeem” van Nimzowitsch, misschien wat verouderd, maar nog steeds een echte klassieker. Het leest erg vlot (toch voor een schaakboek). Het is dankzij dit boek dat ik destijds in mijn club de overstap van tweede klasse (onder de 1800 elo) naar eerste klasse (boven de 1800 elo) verteerd heb. Ik zou het nog steeds warm aanbevelen, al zijn er wellicht meer actuele boeken verkrijgbaar.

Moet ik eerst kunnen verdedigen vooraleer ik tracht aan te vallen?

Neen, integendeel. Beginnende schakers raad ik juist aan om actief en aanvallend te spelen. Als je ambitie hebt om te verbeteren, moet je je partijen ook als een leerproces zien. Om bij te leren, moet je grenzen durven verleggen.

Met aanvalsspel leer je combineren, leer je het belang van initiatief en koningsveiligheid. Dat zijn onontbeerlijke vaardigheden voor een schaker. Naarmate je meer schaakervaring krijgt, zal je sowieso meer aandacht krijgen voor de positionele aspecten van de stelling en zal je rustiger en meer uitgebalanceerd worden in je spel.

EINDSPEL

Hoe belangrijk is het eindspel?

Het belang van het eindspel kan moeilijk overschat worden. De meeste partijen worden in het eindspel beslist. Als je materiaal voorkomt, moet je kunnen bogen op je eindspeltechniek om de partij naar winst te voeren. Als je je onzeker voelt over je eindspelkunde is dit een enorme handicap.

Waarom hebben zo veel schakers moeite met het eindspel?

Het eindspel is helemaal anders dan het middenspel. Het middenspel speel je grotendeels op intuïtie. Meestal heb je meerdere speelbare voortzettingen waaruit je kunt kiezen naar eigen smaak. In het eindspel moet je veel accurater zijn. In het eindspel kan quasi elke misrekening (hoe klein ook) resultaatbepalend zijn. Dat is een heel andere manier van spelen.

Wat moet de doorsnee clubspeler over het eindspel weten?

Er zijn een aantal fundamentele eindspelen die een clubschaker zou moeten kennen. Als je geen notie hebt van concepten zoals de oppositie, het vierkant, de verst verwijderde vrijpion, etc. kan dit dure punten kosten in de competitie.

Waar leer ik fundamentele eindspelen?

Over sommige basis eindspelen is het nuttig om uitleg te krijgen van een ervaren schaker. De basisbeginselen zijn relatief eenvoudig, maar je moet het toch allemaal een paar keer gezien en gehoord hebben om het goed te beheersen.

Welke eindspelboeken zijn goed?

Zelf heb ik heel wat opgestoken uit het boek “Fundamental Chess Endings” van Muller en Lamprecht. Ik kijk er nog altijd regelmatig in.

Naar het schijnt is het boek van Silman (Silmans Complete Endgame Course: From Beginner to Master) nog beter en ook toegankelijker. Voor de meest ambitieuzen is de Endgame Manual van Dvoretsy allicht het allerbeste eindspelboek, maar dat werk is zeer complex en is alvast voor mij te hoog gegrepen.

DE COMPUTER

Speel je tegen de computer?

Ik speel zelf nooit tegen de computer. De computer is voor mij louter een analysetool om partijen of openingen te bekijken.

Wat is het beste schaakprogramma?

Er zijn er honderden programma’s verkrijgbaar. Als je geen bijzondere interesse hebt in computerschaak (zoals ikzelf), heb je meer dan genoeg aan een gratis engine. Zo heb ik Stockfish geïnstalleerd op mijn PC thuis. Dat is gratis en naar verluidt nog altijd één van de allersterkste gratis programma’s ter wereld.

Hoe schaak je online op internet?

Dankzij het internet kan je op elk moment van de dag een partij spelen tegen een speler van hetzelfde niveau. De meest populaire sites in de schaakcommunity zijn playchess.com (betalend), chess.com (gratis), lichess.org (gratis);

Leer je veel bij door online te blitzen online?

Met online blitz kan je nieuwe openingen uittesten op menselijke tegenstanders en blijf je tactisch alert.

Blitz is echter geen echt schaak. Als je alleen maar blitzt, zal je standaardschaak eronder lijden. Blitz is een andere manier van schaken. In blitz speel je scherpe zetten op intuïtie zonder degelijk uit te rekenen. Dit is een manier van spelen die meestal zuur opbreekt in een standaardpartij.

Welke partijdatabanken bestaan er?

Via het internet vind je heel wat schaakdatabanken, zowel gratis als betalend.

Chessbase is veruit de bekendste (en voor zover ik weet ook het beste). Inmiddels is de 16de versie verkrijgbaar. De full package versie van Chessbase is nogal duur en heeft ontelbare functionaliteiten waar de gemiddelde clubspeler totaal geen boodschap aan heeft. Zelf heb ik een verouderde basisversie van Chessbase staan op mijn PC, wat voor mijn gebruik al meer dan genoeg is.

Ook heb ik de Chessbase-app op mijn smartphone staan. Die vind ik superhandig. Dan heb je altijd de meest recente openingstheorie binnen handbereik.